In 1890 kwamen vijf paters en drie broeders van de Karmel provincie Nederland naar Oss om te bouwen aan een klooster en rectoraat kerk in de Molenstraat vlak bij het station op het terrein waar nu MSD (Organon) gevestigd is. Karmelieten zijn kloosterlingen van een bedelorde. Ze leefden van wat ze kregen en tot op heden is hun motivatie om werkzaamheden op te pakken nooit ingegeven door geld verdienen, maar door de relevantie van dat werk, die taak, voor de samenleving. Dat was lange tijd derhalve een sober bestaan. Ze leefden van wat hun tuin op bracht en deden zielzorg (pastoraat) vanuit hun klooster.

Om te weten wie je bent, moet je weten waar je vandaan komt


Dit is één van de vier artikelen over de oorsprong van onze parochie:

  1. Osse Karmel 1890 – heden (dit artikel)
  2. Parochie Oss Zuid (1956 tot 2004)
  3. Ruwaardparochie (1968 tot 2004)
  4. Titus Brandsmaparochie Oss (2004 tot heden)

De Vissersmis

Bekend is de anekdote dat één van de paters op zondagmorgen extra vroeg op stond om voor mannen die van vissen hielden de mis te lezen (Vissersmis). Ook waren de paters geliefd om hun pastorale mildheid bij biechtgesprekken. In Oss werden de Novicen (nieuwelingen) die karmeliet wilden worden vertrouwd gemaakt met de leefstijl en de spiritualiteit van de Carmel voordat zij begonnen met hun studie Theologie en Filosofie.

Komst Titus Brandsma

Een van de paters die in het begin van de vorige eeuw in Oss woonde en werkte was de Karmeliet, pater Titus Brandsma o.carm. Hij werd bekend vanwege zijn verzet tegen de Duitse overheersing en daarom vermoord in concentratiekamp Dachau. Karmelieten hebben de keuzes van hun werkzaamheden altijd mede gemaakt vanuit een emancipatorisch perspectief voor de gelovigen. Het is dan ook niet zo verrassend dat Titus Brandsma zich sterk maakte voor de oprichting van een openbare leeszaal (1921) en in 1922 de Stichting Carmelcollege oprichtte (notaris Bijvoet Berghem) die zou uitgroeien tot een landelijke onderwijskoepel met 50 schoollocaties met een breed onderwijsaanbod van praktijkscholen tot gymnasia, 4200 medewerkers en 36.000 leerlingen. De Osse onderwijsgroep Het Hooghuis maakt deel uit van de Stichting Carmelcollege. Het zal niet verbazen dat het Titus Brandsmalyceum (genoemd naar haar stichter) de oudste school is die deel uit maakt van Het Hooghuis.

Karmelieten actief in het Osse onderwijs

In 1923 werd de kloosterkerk van de Carmel erkend als rectoraatskerk met een eigen pastorale bediening door karmelieten. De meeste karmelieten die in Oss werkten waren leraar aan het Titus Brandsmalyceum en gaven alle vakken op zeer hoog niveau. In 1968 hebben de Karmelieten hun scholen overgedragen aan een daartoe opgerichte Stichting Carmelcollege. Pater Dr. Jan Tiecke, o.carm zou de laatste pater rector worden, in 1968 bij de invoering van de Mammoetwet opgevolgd door de toen 33-jarige classicus drs. Toon Jagers die rector zou blijven tot de eeuwwisseling. Sinds 2008 is Tom Brocks MME rector. Er werk(t)en veel markante mensen aan het TBL. We noemen er twee: moderator pater Josef Galema, o.carm en conrector Jo Crompvoets die allebei zeer geliefd waren vanwege hun vaderlijke omgang met leerlingen: ze kenden iedere leerling en elk detail van hun achtergrond. Ook vermelding verdient pater Sixtus Scholtens, vele jaren docent katechese en conrector, en later wereldvermaard Kierkegraad deskundige.

En ver daarbuiten

Zoals gezegd kiezen Karmelieten hun werkzaamheden vanuit een perspectief van  emancipatie, ofwel zelfbepaling. Verschillende paters gingen werken in het bedrijfspastoraat (DISK) in de Osse bedrijven, bedienden het vreemdelingen pastoraat (cura migratorum) en werden later priester-arbeiders o.a. in de fietsenfabriek van Gazelle. Er waren ook paters die zich – in de voetsporen van Titus – stortten op “het werkterrein in ontwikkeling” dat communicatie heette en zette zich in voor de kwaliteit van de media. In Oss waren ze bij de oprichting van de Filmliga Oss betrokken. Maar toen de Karmelieten in 1968 hun onderwijstaken definitief overdroegen aan leken, stapten de meeste paters over naar pastorale taken om het aggiornamento van het tweede Vaticaans Concilie tot uitvoering te helpen brengen. Hun rectoraat kerk werd parochiekerk en zij kregen als werkterrein aangewezen Oss Zuid en de Ruwaard.

De roerige jaren ’60 … ook in Oss

In 1967 werd het vertrouwde klooster aan de Molenstraat door de Karmelieten verlaten en verkocht aan Organon. De paters en broeders hadden een flatgebouw als klooster laten bouwen in stijl van de Bossche school in de Verdistraat in de Ruwaard. Daar vestigde zich de communiteit en dat werd ook het klooster van waaruit de fraters (aankomende paters) theologie gingen studeren aan de universiteit van Nijmegen.

Het zouden woelige jaren worden. Een lange periode van transitie naar een vorm van vernieuwd kloosterleven. Drie paters trof na elkaar het lot om aan dat proces als prior leiding te mogen geven. Allereerst pater drs. Falco Thuis o.carm, die ook vicaris voor de religieuzen was van bisschop Bluyssen en later in Rome generaal overste werd van de wereldwijde Carmelorde. In Nederland waren veel gelovigen daar niet gelukkig mee omdat ze hadden gehoopt dat hij bisschop Bluyssen zou opvolgen,  getuige hun leuze: “Falco blijf Thuis, blijf anders thuis.” Hij werd als prior in Oss opgevolgd door pater drs. Nol Voost o.carm. en pater drs. Johan Egberink o.carm, die o.a. ook socioloog-kerkelijk opbouwwerker bij het KASKI was, werd later naast pastor/teamleider voor de Ruwaarparochie ook prior provinciaal van de Carmel Nederland. De toen nog erg jonge pater Jos Boermans o.carm heeft binnen de stuurgroep als prior een belangrijke bijdrage geleverd aan de overgang naar nieuwe vormen van kloosterleven. Hij werd later pastor teamleider van de Ruwaardparochie. De Carmel bleef haar spiritualiteit trouw: zichzelf opdrachten geven vanuit het perspectief van emancipatie. Toen er vanuit het diakonaal perspectief behoefte ontstond aan “Blijf van mijn lijf huizen” richtten ze zonder ophef leeg komende ruimten in hun huis in voor mishandelde vrouwen en hun kinderen, zoals ze dat ook deden voor vluchtelingen zonder asielstatus. Het Osse Verdihuis blijft vanwege haar oorsprong schatplichtig aan de Carmelieten. Ook de wereldwinkel kreeg in Oss een vaste plek door karmeliet Bernard van Balveren.

In 1984 verlieten de laatste paters en broeders het nieuwgebouwde klooster aan de Verdistraat, dat zij hadden verkocht aan de Firma Cor Geurts. De paters gingen wonen in twee kleine communiteiten aan de Nieuwe Hescheweg en aan de van Mookstraat. De communiteiten van de orde waren vanaf dezelfde periode gemengd geworden en de eerste orde bestond in Nederland voortaan uit broeders en zusters carmelieten naast de orde van de Carmelitessen (slotkloosters).


> Volgende periode: Parochie Oss Zuid (1956 tot 2004) en Ruwaardparochie (1968 tot 2004)