Overweging  op het Feest van de H. Familie, zondag 29 december 2019

 

 Het is een beetje vreemd om gezin van Maria, Jozef en Jezus als voorbeeld te nemen voor het gezinsleven.  Er zijn wel hele mooie plaatjes gemaakt van Maria achter een naaimachine en Josef in de timmerwinkel waar de kleine Jezus van twee latjes een kruisje maakt.  Zo huiselijk zal het in Nazareth wel niet geweest zijn .  In Jezus’ tijd was er nauwelijks sprake van ‘gezin’. Wel van ‘familie’.  Familie betekent dan de grootfamilie van opa’s en oma’s,  ooms en tantes, neven en nichten, kinderen  en kleinkinderen. In het evangelie wordt er gesproken over de zussen en broers van Jezus. De broers worden ergens genoemd: vijf in getal.

De familie  – ruimer dan het gezin – is het natuurlijke leefmilieu waarin kinderen zich voorbereiden op hun weg in de samenleving.  In de familie vinden de kinderen veiligheid, onderdak ,voedsel, geborgenheid en vooral warmte en liefde.  In de familie ervaren kinderen de belangrijkste waarden  en leren zij de normen om die waarden  te beleven en uit te dragen in de samenleving.  Waar een familie beschadigd wordt,  worden ook de leden beschadigd en daardoor ook de samenleving. We kunnen de waarde van een familie  niet hoog genoeg inschatten.

Het feest heet de heilige familie.  Bij het woord heilig kunnen we denken aan vroom en voorbeeldig. Jezus was nooit een stout jongetje en luisterde altijd gehoorzaam. Maar dan is het ook een onwerelds gezin geweest en dan heeft Jezus niet heel het menselijke bestaan doorleefd.  We moeten de wierook die een geur van heiligheid  verspreidt maar weg laten.  Heilig betekent oorspronkelijk: iets aparts, iets afgescheidens,  iets wat afgezonderd is van het gewone, iets wat om eerbied en respect vraagt.

Ook nu is een familie  in de samenleving iets heiligs.  Het is de plek, de ruimte,  het verband om jezelf te zijn, je thuis te voelen, om erbij te horen, om op te kunnen terug vallen, om gewoonten en tradities te ontwikkelen. “In onze familie is het de gewoonte”; “bij ons thuis deden we” ; “ van huis uit heb ik meegekregen”.  In  de familie deel je iets met anderen dat je niet deelt met je collega’s,  je buren,  zelfs niet met  vrienden.  Je familie is springplank naar de samenleving maar ook de veilige plek om naar terug te keren. Familiebanden moet je onderhouden. Ze worden als heilig beleefd.   Iedere mens heeft in die zin familie nodig.

Ook andere vormen van verbondenheid kunnen familie genoemd worden.  Maar dan toch in afgeleide zin.  De kerk  als Familie van God  waar we ons als zussen en broers van Jezus verzamelen rond Woord en Sacrament.  De religieuze familie van het kloosterleven  waarin mensen elkaar inspireren een geestelijk leven te leiden. Ook een bedrijf met een eigen bedrijfscultuur heeft trekken van een familie. Een sportvereniging. Een vriendenclub. Een familie heeft iets eigens wat kostbaar is. Heilig , onvervangbaar en goed.

De zwaarste aanval op de heiligheid van de familie komt niet meer de industrie van de 19e eeuw toen de plattelandsfamilies overgingen  in de stedelijke gezinnen.  Vandaag komt de grootste dreiging van het individualisme waardoor mensen worden losgemaakt van de familie.  Van overheidswege wordt tegenwoordig iedereen als ‘alleenstaande’ behandeld.  Gehuwde vrouwen die de naam van hun man dragen worden ineens weer met hun meisjesnaam genoemd.  Mensen worden uit hun samenhang en verband gehaald.   In een samenleving die bestaat uit losse individuen moet je jezelf kunnen redden en voor  je zelf zorgen. Alles is eigen verantwoordelijkheid.    Als je niet tot bloei komt  in je leven, is het eigen schuld.  Als de nood aan de man komt, krijgen we de participatiemaatschappij opgelegd.  Kijk zelf maar rond wie voor jou wil zorgen.  Op die manier draagt deze overheid sterk  bij aan de ontwrichting van de samenleving.

Het grootste samenlevingsprobleem van vandaag  is de eenzaamheid. Mensen die niet in staat zijn familieverbanden te onderhouden of ook wel mensen die door de familie vergeten worden. Het komt zelden voor dat iemand helemaal geen familie heeft. De kerk als familie van God  – wij dus –  heeft een grote en dure taak om eenzame mensen op te zoeken  en zich met hen verbonden te weten. Alleen wie leeft in verbondenheid kan zich redden in de complexe samenleving van vandaag. De heilige familie  geeft ons mee dat mensen juist geen losse individuen zijn, maar als  tochtgenoten in het leven met elkaar verbonden zijn.

In het evangelie van vandaag horen we vandaag van de vlucht naar Egypte en van de terugkeer naar Nazareth.  Toen het voor Maria, Josef en Jezus niet meer veilig was in Bethlehem te wonen vluchtten ze naar Egypte.  Zoals eens  – lang geleden – de aartsvader Jacob met zijn zonen naar Egypte trok vanwege de hongersnood.   Toen de macht van de kindermoordenaars geweken was keerden Maria, Jozef en Jezus terug naar hun land. Zoals eens – lang geleden – Mozes zijn volk door de woestijn heen terug leidde naar het aan de aartsvaders beloofde land.

Matteüs geeft  met het vluchtverhaal  aan dat Jezus van meet af aan met tegenstand en  geweld te rekenen had.  Hem is geen veilig bestaan gegarandeerd.  Hij deelt het lot van kleine mensen. Van vluchtelingen en  ontheemden.  Jezus staat in de traditie een zwervend volk.  Hij behoort tot hun familie. Hij maakt in één leven mee wat het joodse volk in heel zijn geschiedenis mee maakt.  In het verhaal van de terugkeer laat Matteüs hem zien als de nieuwe  Mozes.  Mozes wordt uit Egypte weggeroepen om zijn volk voor te gaan naar het beloofde land. Straks zal Jezus als Leraar in de Bergrede optreden als de nieuwe Mozes. Hij zal zijn volk voorgaan naar het Rijk van God waar liefde en gerechtigheid heersen en iedereen in vrede wonen kan.  Jezus opent een nieuwe toekomst.

Jezus staat in het midden van de tijd. Hij is verbonden met de uitgebreide familietraditie van het joodse geloof.  Vanuit die rijke traditie wijst hij ons er op dat het Rijk van God ons tegemoet komt , wanneer we als zussen en broers van Hem  met elkaar gaan leven.  Als nieuwe gemeenschap rond Hem vallen wij niet samen met een samenlevingsvorm, waarin het individualisme aangeprezen wordt. Wij zijn als gelovige mensen in de wereld maar niet van de wereld.

De kerk als familie is als het ware een protest tegen de neoliberale samenleving waarin egoïsme een deugd heet en altruïsme een zachtaardige afwijking.  Met  Jezus in ons midden  vormen wij een heilige familie  van mensen die zorg willen voor elkaar dragen en die elkaars bondgenoten en tochtgenoten willen zijn op hun weg in dit leven.  De heilige Familie zijn wij zelf.  Amen


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie, vormt samen met pastoraal werker Leon Teubner het pastoraat, en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *