Overweging 23 augustus 2020 

Onlangs hoorde ik van een vage kennis van mij dat ze een groot probleem had. Ze heeft een dochter die Sara heet en zestien jaar oud is. Sara is verliefd op een Marokkaanse jongen die Ahmed heet. Echt een aardige knul en vast en zeker geen loverboy. Zo’n jongen die verliefd doet tegen meisjes en hen dan naar de seksindustrie brengt.  Neen, Ahmed, is te vertrouwen!

Ik vroeg haar wat dan precies het probleem is. Het probleem is, zei ze, dat hij niets van zijn geloof weet maar wel wil vasthouden aan zijn cultuur. Mannen zijn de baas. Meisjes moeten naar hun vriend luisteren. Dat staat in de Koran. Zo heeft de Profeet bepaal.

Sara is zo verliefd dat zij alles doet wat Ahmed wil.

Hoe is het met het geloof van Sara?, vroeg ik haar. Ze is katholiek opgevoed en ze weet dat er Iets boven ons is en ze heeft natuurlijk ook een Maria op haar kamer. De vraag is nu of het geloof van de katholieke Sara iets anders is dan een vage christelijke cultuur? Even vaag als een culturelel religieuze gewoonte van een moslim zoals Ahmed.

Een vage religieuze gedachte die in culturen leeft, heeft echter geen kracht om een cultuur te vernieuwen en te veranderen. Godsdienst moet gebaseerd zijn op een levendige overtuiging waar je met hart en ziel achter staat. Alleen zo kan religie een cultuur scheppen of herscheppen. Godsdienst – religie – werkt alleen als de gelovige er persoonlijk bij betrokken is. Ik ben benieuwd hoe het met Sara en Ahmed af loopt. Het is een geruststellende gedachte dat de verliefdheid kan overgaan.

Veel mensen maken zich bezorgd om de krimpende en verouderend kerk in onze dagen. Getalsmatig zijn de zorgen terecht. Gaat met deze manier van kerk zijn ook het geloof verdwijnen?  Of is deze crisis – zo mag je het toch wel noemen – een kans om het geloof weer te verdiepen? Ook al hebben we nu in Franciscus een paus die zich een groot moreel wereldleider toont en die Schwung brengt in het katholieke leven, toch wordt het geloof niet automatisch een vernieuwende en genezende kracht. Dat kan alleen als mensen persoonlijk geraakt worden en zich er voor gaan inzetten.  Een persoonlijke overtuiging die tegen heersende opvattingen ingaat, is een levenskeuze die je eens moet maken. Wéét u van u zelf wanneer u de keuze voor Christus en zijn Kerk gemaakt heeft?

We horen dat Jezus met zijn leerlingen in het uiterste noorden van Galilea is. Hij is in het gebied van Caesare Filippi, een gebied waar veel niet-joden wonen en het joodse geloof nogal vaag is. De joodse godsdienst zoals Jezus en de leerlingen die kenden en beleefden, werd gekenmerkt door religieus culturele tradities die de Farizeeërs verkondigden en aan de mensen oplegden. God was een strenge rechter die toekeek of je op sabbat niet toevallig gewerkt had.  Jezus verzet zich uit innerlijke ervaring tegen dat strenge beeld van God en wil God verkondigen als een liefdevolle vader. 

Hij waardeert de tradities maar brengt in herinnering dat zij bedoeld zijn om de innerlijke waarden van gerechtigheid, eerlijkheid en liefde te steunen. Jezus is zich ervan bewust dat zijn gelovige visie de joodse cultuur zal gaan veranderen. Hij ervaart zichzelf als daartoe geroepen en Hij vraagt zich af of Hij dan de beloofde Messias, de Christus, is.

Daar in het verre noorden van het joodse land – zo ver mogelijk van Jerusalem af – vraagt hij zijn leerlingen: wie ben ik volgens de mensen?  Hun antwoorden zijn voorspelbaar: u bent van het kaliber van de grootste profeten van ons geloof.  Wie zeggen jullie dat ik ben? En Petrus zegt dan:

U bent de Christus, de zoon van de levende God. U bent degenen naar wie het joodse volk uitziet als naar de verlosser en redder.                                                     

Jezus prijst Petrus omdat hij zich nu erkent weet. Iemand heeft nu gezien wie Hij is. Jezus voelt innerlijk dat Hij op de goede weg is ook al zal dat uitlopen op de kruisweg van Jerusalem.

Dat persoonlijke antwoord van Petrus – u bent de Messias – geeft Jezus de moed om verder te gaan op zijn weg.  Om op die weg de leerlingen mee te nemen naar een nieuwe manier van gelovig zijn en daardoor ook een nieuwe manier van leven, een vernieuwende cultuur.

Die belijdenis van Petrus is het begin van de kerkgemeenschap.

De kerk is gebouwd op dat woord van gelóóf: U bent de Christus!

Het geloof dat Jezus de Christus is, verandert ieders persoonlijk leven, de cultuur om hem heen en heel de maatschappelijke werkelijkheid.

Het geloof in Jezus is niet het geloof in een vaag idee van wie Hij is.

Het geloof in Jezus is de vrucht van een persoonlijke ontmoeting met Hem.

Op de vraag van Jezus: wie ben ik voor jou? antwoordt een gelovige: u bent voor mij!  Op het antwoord dat wij geven,  kan God verder bouwen. 

Wij hoeven niet allemaal rots te zijn zoals Petrus. Maar we kunnen wel allemaal mensen zijn die vanuit hun geloof in Jezus een steentje bijdrage aan de vermenselijking van de cultuur in Jezus’ geest: gerechtigheid, integriteit, vrede.

Zolang Jezus een lieve en goede en voorbeeldige mens in het verre verleden blijft, en ons leven hier en nu niet raakt, zal het geloof niet meer zijn dan een vage culturele trek. Zolang Jezus een hemels Iets boven ons is, die zo ver boven ons dagelijks bestaan zweeft dat we niets op Hem uit doen, zal het geloof niet helend, genezend en begeesterend zijn.

Maar als Jezus iemand voor ons wordt die ons uitdaagt om in zijn geest en gezindheid ‘mens voor medemensen’ te zijn, dan zullen wij met Hem de wereld vernieuwen. Dan zal de ontmoeting met Hem bron van kracht zijn.  Dan leef Christus in ons!


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *