Overweging op de eerste zondag van de veertigdagentijd.

In het boek van de Schepping lezen wij dat God een tuin aan legde, een paradijs, voor de mensen, de dieren en de planten. In het paradijs is het leven mooi en goed en gelukkig.Maar ja, die appel hing in de weg. Er was ook een sluw en listig dier, de slang.Als je van die mooie appel eet, dan ben je aan God gelijk, zei de slang.

De slang bracht onvrede in het hart van de mens. Niet meer tevreden met het Paradijs, wilde de mens de Schepper gelijk zijn.Toen zij gegeten hadden – de vrouw en de man – ontdekten ze dat ze naakt waren. Of beter gezegd: ze stonden in hun hemd. Nu pas zagen ze hun betrekkelijkheid, hun onvermogen om het leven zelf te maken en te beheren. Ze zagen hun geschapen –zijn, hun schepselijkheid. Daardoor zagen ze in, dat ze niet zouden kunnen leven als God hen niet het leven gaf. Ook zagen ze dat ze afhankelijk waren van elkaar en dat ze in alle gelijkwaardigheid toch verschillend waren.Ze maakten kleren om zich te beschermen en de mogelijkheid van “ik ben beter dan jij”, van concurrentie, werd geboren.

Dat oerverhaal van het Paradijs is ook vandaag hoogst actueel: God vertrouwt ons een leefbare wereld toe en wij maken er een woestijn van. De woestijn is een tweede  oerverhaal. Met woestijn wordt niet op de eerste plaats de grote zandbak genoemd, wat die natuurlijk ook wel is. Met woestijn wordt heel de verwoestijnde wereld bedoeld. De ons toevertrouwde wereld is onherbergzaam geworden, niet meer een veilige woonplek, niet meer een thuis voor mensen – alleen nog maar voor demonen en wilde dieren.

De woestijn is ook de plek van eenzaamheid en van de voortdurende vraag: hoe overleef ik de woestijn, hoe kom ik er uit? De woestijn kan ook in de stad liggen. Voor vele mensen is de stedelijke samenleving een woestijn.

De vraag: hoe overleef ik de woestijn? is tevens de vraag: welke wegen kies ik? Gaat mijn hart uit naar mijn schepselijkheid die het beste voor zichzelf zoekt ten koste van anderen? Ben ik een té menselijke mens die mijn ik belangrijker vind dan het welzijn van de ander? Schaam ik mij voor de ander en wil ik daarom niet voor hem onder doen? Leeft in mij de angst om de zwakste zijn?

De andere vraag: Gaat mijn hart uit naar de Schepper die ons mensen in afhankelijkheid tot elkaar zet ? Man en vrouw in gelijkwaardigheid en in alle verschil toch één. Zuster en broeder, ouder en kind, verre en nabije medemens. Die afhankelijkheid maakt ons tot mensen die leven in verbondenheid en in relaties. De kwaliteit van verbondenheid en van relaties bepaalt de kwaliteit van ons mens-zijn.

De gruwelijkste en meest misleidende woorden van deze tijd zijn: zelfredzaamheid, zelfbeschikking, eigen verantwoordelijkheid en  vooral eigenmachtigheid.Het is mens die autonoom de ander beconcurreert, die van de wereld een woestijn maakt! Een wereld vol oorlog en ellende, een wereld zonder God. Een wereld die doof is voor de vraag: mens, waar is je broer, waar is je zus?

Jezus in de woestijn. Hij heeft de hemelse stem gehoord: Jij bent mijn Zoon. Maar ook wordt hij beproefd: welke kracht heb ik om eigenmachtig te overleven? De nieuwe zin in het Onze Vader luidt: breng ons niet in beproeving. Beter zou zijn: help ons in de beproeving van onze schepselijkheid trouw verbonden te blijven met U Vader als onze Schepper. Is de relatie met God belangrijker dan mijn onafhankelijk en eigenmachtig ik? Daar kom je alleen maar achter als je inkeert in jezelf. Daarom is Jezus alleen in de woestijn. Alleen? De woestijn is ook de plaats van demonen, van de duivel. Duivel betekent: de splitser, de in de war schopper, de onzeker maker. Kortom: de verwarder.

In de onherbergzame woestijn groeit niets. Er is geen brood. Alleen maar zand en stenen. De verwarder, sluw als de slang: je kunt van stenen brood maken. Dan heb jij geen honger meer. Dan kun je alle hongerige mensen voeden.

Ze zullen je dankbaar zijn. Denk niet dat je dat wonder voor jezelf doet. Kijk ook eens naar anderen. Wees er voor hen, en zij hebben geen honger meer. Modern gezegd: als ik lekker veel verdien, kan ik ook weleens wat weggeven! Maar Jezus weet: een mens leeft niet van brood alleen. Een mens leeft van het Woord van God. Zijn wil te doen is mijn voedsel, zal Jezus later zeggen.

De verwarder neemt Hem mee naar het dak van de tempel. Jij gelooft toch dat je de Zoon van God bent? Dat kun je mooi bewijzen door van het dak af te springen. Gods engelen zullen je op handen dragen en iedereen zal geloven dat je de Messias bent. Kruis en lijden zijn helemaal niet nodig. Dood en verrijzenis zijn overbodig. Als jij springt en veilig landt staan alle mensen aan jouw kant. Modern gezegd: Zie het leven als een gok. Waag die gok met roekeloos zelfvertrouwen. Je zult winnen en gezien worden. Als je verliest heb je pech. Maar Jezus weet: stel God niet op de proef, daag Hem niet uit. Hij laat jouw je kleinmenselijkheid zien, je zult je voelen als een stofje op de weegschaal, als een druppel op de rand van emmer. Meer ben je niet.

De verwarder neemt Jezus mee naar een zeer hoge berg waar heel de wereld een schouwtoneel is. Alle koninkrijken zichtbaar en alles voor jou, zegt de duivel. Het enige wat je moet doen is je God verlaten en inwisselen voor mij. Kniel voor mij in aanbidding en alles is voor jou. Jij kunt de wereldheerser worden die vrede brengt en welvaart. Jij kunt alle mensen bevelen en zij zullen je gehoorzamen. Jij kunt een mens worden aan God gelijk. Modern gezegd: Als ik baas word, wordt alles beter. Luister naar mij en doe wat ik zeg. Jezus weet: de heersers der volkeren hebben een ijzeren vuist. Er is niets dat het hart van de mens zo bederft als macht. Er is niets verslavender dan de macht hebben anderen voor jou te laten lopen.

Jezus zal van de berg af gaan, de vlakten intrekken in waar de mensen zijn, hen liefdevol genezen van kwalen en gebreken. Hij zal hun als enige gebod leren: “ heb je naast lief als jezelf, hij is een mens als jij. Wees jij zelf daarom zijn naaste, deel met hem je brood, vergeef hen zijn tekorten en wees barmhartig voor elkaar”. Dat staat ons in de woestijn van vandaag te doen!

Het oer verlangen naar het aards paradijs vinden we terug in de vakantie folders van zonnige stranden en mooi hotels en goedkope arrangementen. Maar naar het oerparadijs – de tuin van Eden – kunnen we niet meer terug. We zijn te veel gewoon maar mens geworden. Maar God belooft ons een nieuwe schepping. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Daar mogen we naar uitzien. Er komt een dag dat de liefde alle haat overwint. Dat het leven sterker is dan ondergang en dood. Dat de doodse winter levende lente wordt. Er komt een dag dat God alle mensen nieuw leven geeft. Die dag komt naderbij als mensen elkaar dienen als zussen en broers. Als mensen voor elkaar bereid zijn te leven. Soms zelfs hun leven voor elkaar durven geven. Leven  en geven zoals Jezus ons heeft voorgedaan. Het wordt Pasen!


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *