Op 17 september 1944 begonnen de geallieerde troepen aan een grote aanval onder de naam Operatie Market Garden. Vanuit het zuiden wilden zij doorstoten naar Arnhem, om van daaruit naar Duitsland te kunnen optrekken. De aanval ging door de lucht en over de grond. Dit plan mislukte voor het grootste deel. De Duitsers leverden veel zwaarder strijd dan verwacht, bij Arnhem maar ook op alle andere plaatsen van de marsroute. De strategisch gelegen spoorbrug bij Ravenstein werd door de Duitsers opgeblazen en de pont onklaar gemaakt. Het kleine vliegveld bij Keent speelde een belangrijke rol binnen Market Garden en werd gebruikt voor de aan- en afvoer van geallieerde troepen en materieel.

Foto uit 19 september 1944 van Britse Cromwell-tank van sergeant Edmunson in de Molenstraat te Oss met op de achtergrond het Carmlecollege Oss (het latere Titus Brandsma Lyceum)

De luchtaanval van de geallieerden begon op 17 september met het overbrengen van grote aantallen troepen door de lucht naar landingsterreinen bij Arnhem. De vliegroute liep over Oss. Met de mond open van verbazing over die ontzagwekkende stroom vliegtuigen keken de Ossenaren naar de lucht. En van vreugde, de bevrijding was misschien echt dichtbij. Maar door de heftige tegenstand van de Duitsers liep de aanval al spoedig vast. Op de Rijksweg onder Grave hoopten de geallieerde voertuigen zich op. Verschillende inwoners van Oss gingen hiernaar kijken, bij de uitspanning De Kleine Elft. Op 19 september 1944 vertelde een politieman uit Oss aan de geallieerden dat er op het station van Oss een paar Engelse of Amerikaanse piloten stonden die door de Duitsers weggevoerd werden. Hierop besloot een Engelse commandant een kleine strijdmacht van twee tanks en een vrachtwagen soldaten naar Oss te sturen in een poging de piloten te redden. Bij het station werd kort gevochten, hierbij raakte de Engelse sergeant Brown dodelijk gewond. De Duitsers die zich in de toren van de Visserskerk verschansten, gaven zich na een kort vuurgevecht over. Overal in Oss verscheen de Nederlandse vlag, de bezetter leek eindelijk verjaagd. Maar de Engelsen verlieten Oss weer en op 20 september keerden de Duitsers terug. Zij schoten op huizen waar vlaggen hingen en haalden voedselvoorraden uit de vleesfabrieken en de Philipsfabriek. Na deze gebeurtenissen stuurden de Engelsen opnieuw troepen naar Oss. De voedselvoorraden waren ook voor hen belangrijk omdat hun opmars was vastgelopen.

Op 25 september 1944 vielen de Duitsers Oss aan vanuit Heesch. Langs de Hescheweg en bij het Mgr. Van den Boerpark werd zwaar gevochten. De aanval werd afgeslagen en de Duitsers staken op hun terugtocht meer dan twintig huizen in brand. De gevechten rondom Heesch, Geffen en Nuland duurden nog tot 28 september voort. Hierbij vielen veel slachtoffers en veel huizen en boerderijen gingen in vlammen op.

Hierna ontstond een gevaarlijke tijd. De Duitsers zaten aan de overkant van de Maas en richting ‘s-Hertogenbosch. De polder was ’s nachts niemandsland, waar de Duitsers aanslagen pleegden op de Engelse troepen die daar patrouilleerden. Ook schoten de Duitsers vanaf de overkant vliegende bommen (V-1’s) af die veel schade aanrichten.

Op 14 januari 1945 viel een V-1 op Lith. Twee mensen kwamen om het leven, een tiental raakte gewond. In Herpen kwam op 8 maart 1945 een Duitse V-1 raket neer en raakten 10 mensen zwaar gewond. Ook dichtbij Oss vielen bommen. Vanwege deze gevaren sliepen veel mensen vanaf de bevrijding in september 1944 tot aan de overgave van de Duitsers op 5 mei 1945, in schuilkelders. Al die maanden was er gevaar door de strijd in de omgeving en gebrek aan kolen en voedsel, maar de opluchting en blijdschap die de bevrijding meebracht, liet zich niet verjagen.

Bron: Osse Canon – #36 Bevrijding (Tekst: Paul Spanjaard)

Categorieën: Geen categorie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *