Titus Brandsma sterft om twee uur ’s middags door toediening van een dodelijke injectie door een verpleegster in het concentratiekamp Dachau. Daar werd hij op 19 juni 1942 met een vrachtauto afgeleverd samen met vier andere geestelijken. Vijf dagen eerder is hij samen met dominee Johan Kapteyn op de trein naar Zuid-Duitsland gezet. Ze worden  in een “Zellenwagen” (celwagon) van een vierkante meter gepropt. Later blijken daar ook nog twee Belgische geestelijken en een vijfde Duitse bij te passen. Nadat ze drie dagen in Nürnberg hebben moeten doorbrengen worden Titus en zijn lotgenoten in een vrachtauto gepropt met eindbestemming van het nabij München gelegen kamp met de cynische welkomstekst “Arbeit macht frei”. Het kamp was bedoeld als afschrikmiddel voor (“anders”-)denkenden en als prototype voor de vernietigingskampen. Titus was één van de ongeveer 41.500 gevangenen die er zijn gestorven/omgebracht (20% van het totaal).

Arbeit macht frei, zo ook op de Liebhof

De gevangenen leiden honger en worden gedwongen loodzwaar werk te doen terwijl de SS-bewakers ze vernederen en mishandelen. Velen worden vermoord of bezwijken onder de ellende. Titus moet werken op akkers met kruiden van een boerderij op drie kilometer van het kamp. Die heet “Liebhof” (“boerderij van liefde”) maar wordt door de gevangenen “Friedhof” (begraafplaats) genoemd. Elke dag moet Titus heen en terug lopen en hard op het land werken.

Arbeid als vernietiging: van zwak en ziek naar coma

Drie weken na zijn aankomst begint het hard te regenen. De eerste week moeten de gevangenen doorwerken. Maar als de kruiden door de regen dreigen weg te spoelen, hoeven ze niet meer te werken. Wel moeten ze elke dag op en neer lopen en buiten blijven blijven staan. In de stromende regen. Een week daarna wordt Titus opgenomen in de ziekenbarak van het kamp. 

Weer een week later raakt hij in coma.

Een dodelijke injectie als afwerking van het plan

De artsen  besluiten hem het “genadespuitje” te geven. Dat doet een verpleegster op zondag 26 juli 1942 om tien voor twee ’s middags … tien minuten later is het voorbij.

De verpleegster zei in een verklaring van mei 1956:

“Daarna heb ik persoonlijk de injectie gegeven in de rechterpols. Het was tien voor twee, om twee uur stierf hij. Het was 26 juli 1942. De arts en ik zijn toen weggegaan. Daarna heeft men zoals gebruikelijk het lijk uitgekleed en in een kuil gegooid. Er werd ongebluste kalk overheen gegooid. Soms werd er benzine overheen gegoten en stak men de vlam erin. Wat ze met het lijk van Titus hebben gedaan, weet ik niet”.

Getuigenis verpleegster van Titus Brandsma (mei 195)

In augustus dat jaar ontvangt zijn familie in Friesland het officiële bericht uit Dachau dat Titus was overleden:

“Ihr Schwager Anno Brandsma ist an den Folgen von Darmkatarrh im … Die Leiche wurde am 29-07-1942 im staatlichem Krematorium in Dachau eingeäschert.”.

Bronnen

Categorieën: