In het begin van 1938 is Nederland in de ban van Hitler. En van de Osse zedenzaak. De marechaussee, die permanent in Oss gestationeerd was voor de aanpak van de Osse Bende, onthult zijn ernstige vermoedens van misbruik van vrouwelijke werknemers bij Organon door hun directeur Sam Zwanenbergmisbruik van vrouwen door een katholieke priester, en het misbruik van minderjarige jongens door een tweede katholieke priester. Dat zou uiteindelijk de druppel vormen die de regering Colijn doet vallen. Maar het schandaal vormt ook voer voor Het Nationale Dagblad, Volk en Vaderland, Arnold Meijers, de leider van het Zwart Front, en Rost van Tonningen, namens de democratisch gekozen NSB in de tweede kamer, voor een goed georkestreerde hetze tegen de joden.

#MeToo avant la lettre?

Het zal nog tot 2010 duren voor de katholieken (gedwongen) durven kijken naar de misstanden in eigen gelederen. En nog 6 jaar vooraleer conclusies worden getrokken. En niet alleen naar de feitelijke misbruikers, maar vooral ook naar de rol van de kerkelijke zielzorgers en bestuurders die dat –al dan niet stilzwijgend– lieten bestaan, en de vaak permanente gevolgen voor de slachtoffers.

Datzelfde geldt voor Oss. Terwijl de jood snoeihard wordt aangepakt door de impopulaire Nederlanders met nazi-sympathiën, blijven Osse katholieke kerk en volk oorverdovend stil over hun priesters. En voeden daarmee onbedoeld de snode plannen van de NSB-ers. Al weet men wel beter; immers kent iedereen wel een slachtoffer in eigen fabriek, kerk of gezin. Het gebeurt en gonst al lang vóór 1938. Het komt het katholieke volk, zelf ook niet vrij van (latente) antisemitische opvattingen, eenvoudigweg te goed uit. En hetzelfde geldt voor hun machthebbers in kerk en  lokale- en nationale politiek. De katholieken zouden er alles aan doen om vervolging van de priesters te voorkomen. Dat uiteindelijk tot de val van de regering zou leiden. Ook Titus Bransma –die al geruime tijd in Nijmegen woont– blijft hierover voor zover bekend stil. Verontrustend is ook dat de krant die hij Oss naliet zich erg duidelijk afkeurend uitlaat over deze vorm van lokaal zedenverval … van de jood weliswaar!

Natuurlijk was de tijdsgeest anders. Getuige ook de discussies en inzichten die #MeToo zou opleveren. Maar wel pas 80(!) jaar nadien. 

Van slechte zeden naar systematische vernietiging

Foto van bord jodenverbod bij ingang Zwaneneberg-kantoor in Oss (geschat 1942/1943). Bron: http://3.bp.blogspot.com/-2ZqC499EWaY/T4VCEzmnSHI/AAAAAAAAACc/UD2gfra9FT4/s1600/zwanenberg.bmp

Uiteindelijk vormt de zedenzaak voor Oss zo de bijzondere en pijnlijke opmaat naar de nog veel moeilijkere vervolging en vernietiging van de joden vanaf juni 1942. En die van Titus Brandsma in diezelfde periode. 

De gemeente Oss geeft aan de Duitse autoriteiten door dat er in de maand juni 1942 364 personen als “Jood” gekwalificeerd wonen. Waaronder  “Volljuden”, “gemengd gehuwden” en gedoopte joden. Daarnaast overledenen en personen die  Oss al lang verlaten hadden. Enkele gezinnen vertrekken uit Oss, een enkeling emigreert, en 77 personen ‘duiken onder’ waarvan 7 alsnog worden gedeporteerd. Van de in totaal 252 gedeporteerde Ossenaren overleven slechts 6 mensen de concentratiekampen en keren terug in Oss.

Bronnen:

Categorieën: Geen categorie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *