Richting de opheffing van het uitbreidingsverbod door koning Willem II in 1840 groeit ook het Karmelietenkooster in Boxmeer. Dat was de eerste Nederlandse karmelieten-orde uit 1672 na de reformatie, toen alle oude karmelietenkloosters waren verdwenen. Opvallend detail van het klooster is dat de fraaie voorgevel van het klooster aan de tuin en niet aan de straatzijde ligt. Op deze wijze drukten de Karmelieten uit dat ze wel in de wereld, maar niet van de wereld zijn.

Statieportet van Augustinus van Uden (1822-1882), prior Karmelieten Boxmeer, commissaris-generaal en eerste prior-pronvinciaal van de Duits-Nederlandse Karmel provincie (rond 1860)

Tijdens de groei ontstaat er een kennelijke machtsstrijd tussen prior Anastasius van Werde en abt Augustines van Uden. Van Werde klaagt bij de prior-generaal over zijn collega, waarop de prior-generaal besluit van Uden naar de nieuwe vestiging in Zenderen te sturen. Daar willen de Karmelieten zich vestigen, omdat –net als in Oss later– ook daar de (textiel-)industrie enorm groeit en daarmee het aantal arme en sociaal achtergestelde arbeiders.

Met zijn besluit slaat de prior-generaal twee vliegen in één klap; hij is van het gedoe in Boxmeer af en geeft een impuls aan de ontwikkeling van Zenderen, aangezien van Uden (wel) als krachtig bestuurder te boek staat. Hij maakt zijn faam waar, en uiteindelijk erkent ook van Werde dat succes, zodat hij hem in 1855 voordraagt als diens opvolger als commissaris-generaal.

De inmiddels tot aartsbisschop benoemde Joannes Zwijssen ziet in de karmelieten een aanvullende kracht in de uitbouw van het aartsbisdom. Van Werde spreekt zelfs over vriendschappelijke banden. Zwijssen steunt de karmelieten dan ook door het geven van toestemming voor de bouw van een openbare kapel in het klooster van Zenderen, ondanks het verzet van de naburige parochies.

Bronnen:

Categorieën: