In 1840 heft koning Willem II het verbod op om nieuwe leerlingen (novicen) aan te nemen bij katholieke kloosters. Dat verbod goldt al sinds de Franse bezetting van Nederland door Napoleon Bonaparte en was door Willem I, de vader van de koning in daarna in standgehouden.

Op dat moment telt het Boxmeerse karmelietenklooster nog maar drie paters. Maar meteen na de opheffen van het verbod melden zich nieuwe leden, en worden nieuwe kloosters gesticht, waaronder die in Zenderen in 1855 en in Oss in 1890. Die groei zal uiteindelijk aanhouden tot in de jaren 1960.

Vanouds combineert de orde actief en contemplatief leven. De nieuwe kloosters zijn gekoppeld zijn aan categoriale en parochiële zielzorg en/of middelbaar onderwijs. De eigen opleiding en de wetenschappelijke vorming krijgen meer aandacht. De Karmel wordt steeds actiever en verwerft zich een plaats binnen katholiek Nederland. Nederlandse karmelieten droegen uiteindelijke bij aan de opbouw van de orde in Europa en elders. Zij (her)stichtten provincies in Duitsland, Brazilië, Indonesië en de Filippijnen.

Bronnen:

Categorieën: Geen categorie